Binnenklimaat
Het binnenklimaat in gebouwen wordt gevormd door atmosferische omstandigheden zoals temperatuur, verluchting en luchtvochtigheid en de balans ertussen. In een kamer met koude muren is bijvoorbeeld een hogere temperatuur nodig voor een comfortabel gevoel dan in een geïsoleerde ruimte.
De EPB-wetgeving stelt enkele eisen op vlak van het binnenklimaat. Airconditioning, ventilatie, verwarming, luchtdrogers en luchtbevochtigers kunnen ingezet worden om de omstandigheden te beïnvloeden.
EPB-eisen voor het binnenklimaat
Net zoals voor thermische isolatie en voor de energieprestatie moeten sinds 2006 alle nieuwbouwwoningen en renovatieprojecten voldoen aan enkele eisen voor het binnenklimaat van het gebouw:
- minimale ventilatie-eisen
- beperken van oververhitting in de zomer
Voorwaarden voor een gezond binnenklimaat
Voor een gezond binnenklimaat zijn enkele factoren beslissend. Zo is de binnentemperatuur idealiter zo constant mogelijk en vooral niet te laag. Een temperatuur tussen 19 en 22 °C is ideaal.
De vochtigheidsgraad van een woning is niet alleen belangrijk voor uw gezondheid, maar ook voor de toestand van uw woning. Zowel een te droge als een te vochtige lucht zijn schadelijk. De ideale vochtigheidsgraad bevindt zich tussen 40 en 60%.
Ventilatie verbetert het binnenklimaat. Om gecontroleerd te ventileren, is een ventilatiesysteem noodzakelijk.
Maak je bouwproject energiezuinig nog voor er 1 steen ligt want achteraf bijsturen kost meer geld en moeite.